NRC Beelden aan Zee

on Tuesday, 30 September 2014.

NRC Beelden aan Zee
Den Haag. Een bijna drie meter hoge houten reus staat in de hoek van de woonkamer. Alkyoneus 1987-1988 heet het beeld van Gerhard Lentink. „Onze dochter van vier beschouwde het eerst als klimrek. Dat hebben we haar moeten afleren. Nu zet ze af en toe haar voetje op de voet van de reus. Ze is erdoor gefascineerd”, vertelt Heleen Dura-Van Oord. „Maar ze begrijpt heel goed dat ze er niet met viltstiften aan mag komen. Juist doordat het beeld hier staat,leert ze respectte hebben voor kunst.” Sinds januari staat Alkyoneus achter de zitbank. In bruikleen verkregen op een veiling die museum Beelden aan Zee november vorig jaar organiseerde.
De veiling was een initiatief van het bestuur van de Sculpture Club, de verenigingvandonateurs die jaarlijks meer dan 1.000 euro over hebben voor het museum. Die wilde zo het museum helpen om een expositie van Lipchitz mogelijk te maken, waar de directie de financiering niet geheel voor rond kreeg. Na enige aarzeling zag de directie grote voordelen. Beelden aan Zee is een particulier museum zonder overheidssubsidie. „Het was een welkome ondersteuning van een tentoonstelling, die goed gelopen heeft”, zegt zakelijk directeur Rudolf van den Bosch. „Daarnaast vergroot de veiling de betrokkenheid van de leden en vinden wij het zonde als onze mooie beelden in depot staan.” Er werd een happening van de veiling gemaakt, met veilingmeester Arno Verkade van Christie’s die belangeloos meewerkte. De opbrengst was bijna 40.000 euro, 24 van de 26 beelden vonden een tijdelijke nieuwe eigenaar. In de woonkeuken van de Dura’s staat De Kardinaal van Fernando Botero. „Die wilde ik echt hebben, ik wilde hem van dichtbij meemaken”, vertelt zij. Hij had zijn zinnen gezet op de Lentink. Zij: „Ik durfde het niet aan. Die past nooit in ons huis, dacht ik.” Hij: „Ik wilde dat beeld gewoon hebben.Ik zie er meer in dan een man, het is ook een gebouw. Dat fascineert me, ik werk in de bouw. Met vier verhuizers is het gelukt het in twee stukken binnen te krijgen.” Bij Margriet Krijgsman moest een klusjesman een hele constructie bedenken om een werk van de Chinees Wang Jin op te hangen in het appartement tegenover het Gemeentemuseum. Ze had in 2005 op een tentoonstelling bij Beelden aan Zee Chinese Dream zien hangen en was toen „op slag verliefd”. Het is een Mandarijnen jas van pvc die geborduurd is met visdraad. Op reis inChina bezocht ze zelfs het atelier van de kunstenaar in Shanghai, waar hij nog vijf van die jassen had hangen. „Maar ze waren minder geborduurd. Daar in zat voor mij de kracht van het werk. Het conceptuele dat het met bloed, zweet en tranen was gemaakt. Als verbeelding hoe het Chinese kapitaal is opgebouwd uit mensenwerk.” Hoewel het contante geld dat ze bij zich had brandde in haar zakken, kocht ze niet. „Toen ik vorig jaar zag dat de jas in de veiling kwam, moest ik hem hebben.” Op de vloer van de eetkamer in het koetshuis aan een Haagse gracht van Hanneke Enthoven zitten een massieve en een springveren boeddha tegenover elkaar. „Ik werk als vrijwilliger in het museum en zag het beeld daar vaak”, vertelt ze. „Ik wilde de massieve altijd over zijn bolletje aaien, hij is zo lekker glad. In een museum kan dat niet, hier doe ik het af en toe.” Naast particulieren boden ondernemers mee die beelden in hun bedrijf wilden plaatsen. Bij Aegon staat een beeld van Atelier Van Lieshout prominent in de hal. „Daar hadden wij nog geen werk van. En dit sluit aan op beeldtaal van nu”, vertelt Corrie van der Veen, verantwoordelijk voor de kunstcollectie bij de verzekeraar. Zij schreef een prijsvraag onder werknemers uit wat zij dachten bij het beeld. De meest humoristische inzending: „Ik denk dat het Louis van Gaal en Johan Cruijff zijn die in een partijtje op kleine doeltjes volledig het zicht op de bal zijn kwijtgeraakt.” Deze week besloten het museum en het bestuur van de SculptureClub begin volgend jaar weer een veiling te organiseren, alleen de vorm waar in is nog niet bekend. Mogelijk kunnen de huidige bruikleenhouders hun beelden nog een jaar in huis houden. Van den Bosch verwacht dat er ook nieuwe werken geveild kunnen worden. De opbrengsten gaan waarschijnlijk weer naar een tentoonstelling. Bij de familie Enthoven zullen de Boeddha’s weer verdwijnen. „Ik ben wel blij als ze teruggaan, zei mijn man laatst. Hij houdt meer van Middeleeuwse beelden, zoals je kunt zien”, zegt ze, en wijst op een houten Christusbeeld dat boven de boeddha’s in een vitrine staat.

© 2013 Heleen Dura -Van Oord